Eredivisie clinic jeugd mei 2026

ATC TEAN brengt jeugd en eredivisie samen: ‘Gewoon doen’

Hoe maak je eredivisietennis zichtbaar voor jeugdleden die normaal vooral met hun eigen training bezig zijn? ATC TEAN in Alphen aan den Rijn koos voor een eenvoudige aanpak: haal de spelers naar de jeugdtraining. Op vrijdagmiddag stonden ongeveer negentig kinderen op de baan met spelers uit het eredivisieteam, dat op zondag zijn wedstrijden speelt. Zo kreeg het hoogste team van de club ineens een gezicht voor alle jeugdleden.

De aanleiding lag bij een vraag vanuit de KNLTB om de eredivisie meer te laten leven op de club. ATC TEAN werkte die vraag uit op een manier die goed paste bij de eigen vereniging. De heren spelen op het hoogste niveau. De wedstrijden trekken vaste liefhebbers, onder wie leden die vroeger al betrokken waren bij internationale toernooien op het park. Toch leefde de vraag: hoe betrek je ook de jeugd meer bij dat niveau?

‘Vanuit de KNLTB kwam de vraag of we meer promotie konden doen, zodat het eredivisietennis meer gaat leven,’ vertelt Annemieke Kalf, competitieleider van TEAN. ‘Vooral de jeugd moest er meer bij betrokken raken. Toen dachten we: dan moeten we ze ook iets laten beleven.’

Van kijken naar meedoen

De club legde de vraag neer bij de jeugdcommissie. Daar schoven twee moeders hun dochter en zoon naar voren: twee veertienjarige jeugdleden met enthousiasme en verrassende ideeën. Hun moeders steunden hen bij de uitwerking. Rond de thuiswedstrijden kwamen er kleine programma’s voor kinderen die toch al op het park waren. Ze kregen tijdens de les een opdracht mee: kijk eens hoe een speler zijn backhand slaat, of let op hoe hij beweegt. Later kwam dat in de training terug.

Maar de echte verbinding ontstond tijdens de clinic op vrijdagmiddag. De club koos bewust voor een laagdrempelige opzet. Geen ingewikkeld inschrijfsysteem, geen groot draaiboek, maar een duidelijke uitnodiging: kom vrijdagmiddag van vier tot vijf naar de club en tennis met de top.

‘Op dat moment zijn er toch al veel jeugdlessen,’ zegt Annemieke. ‘We zeiden gewoon: als je wilt komen, kom naar de club. Iedereen is welkom. Dan mag je tennissen met de top van onze vereniging.’

Dat werkte. Ongeveer negentig kinderen kwamen, van de jongste jeugd tot en met spelers van zeventien jaar. ‘Dit promoot zichzelf. De helft was er al omdat ze anders ook les krijgen, maar de rest kwam er gewoon bij.’

Zes eredivisiespelers op de baan

Voor de clinic kwamen zes mannen uit het eredivisieteam naar de club. Samen met de trainers verdeelden zij de jeugd over de banen, van rood tot en met junioren. Daardoor kreeg ieder niveau een eigen spelvorm, zonder dat de middag ingewikkeld hoefde te zijn.

‘Je zag gewoon dat die jongens er zelf ook van genoten,’ zegt ze. ‘De kleintjes wisten soms niet eens met wie ze hadden getennist. Dan zeiden ze: die meneer kon wel goed tennissen hoor. Maar ze hadden wél succesbeleving.’

Ook bij de oudere jeugd sloeg de opzet aan. Voor hen zat de waarde niet alleen in spelletjes en oefeningen, maar ook in het gevoel dat ze even onderdeel waren van het hoogste clubniveau.

‘Ze straalden van oor tot oor,’ vertelt Annemieke. ‘Gewoon het idee: ik sta met zulke goede spelers op de baan. Dat was echt top. Dat was ook het doel.’

Een bruisend park

De clinic groeide uit tot meer dan een tennisactiviteit. Ouders bleven kijken, kinderen liepen van baan naar baan en de vereniging zorgde voor een eenvoudige afsluiting. De deelnemers kregen een flesje water met logo mee en aten na afloop wat.

‘Van vier tot zeven bruiste het op het park. Het was echt een clubgebeuren.’

Dat effect is volgens haar minstens zo belangrijk als de sportieve kant. Door de clinic ontstond reuring op een moment waarop veel jeugd en ouders toch al op de club kwamen. De eredivisiespelers kregen een gezicht. De kinderen voelden zich betrokken. En de thuiswedstrijd van zondag kreeg extra aandacht.

‘Je hoopt natuurlijk dat ze op zondag ook komen aanmoedigen. Kinderen houden misschien geen hele wedstrijd vol, maar het mes snijdt wel aan meerdere kanten. Ze praten erover. Ze weten nu wie daar spelen.’

Wat andere clubs hiervan kunnen leren

Voor andere clubs ziet ATC TEAN vooral kansen in de eenvoud van de aanpak. De clinic viel samen met het moment waarop veel kinderen normaal gesproken les zouden hebben. Daardoor bleef de organisatie overzichtelijk en sloot het programma aan op een bestaand ritme binnen de vereniging.

‘Gewoon gaan doen,’ zegt Annemieke over haar advies aan andere verenigingen. ‘Je krijgt sowieso een grote groep jeugd op je park en iedereen ging enthousiast naar huis.’

Wel noemt ze één praktisch aandachtspunt: communiceer duidelijk naar ouders dat de clinic de reguliere les vervangt. ‘Dat is belangrijk om goed te vertellen. Anders denken sommige ouders misschien dat de les later nog ingehaald wordt. De clinic is dan de les.’

Voor de kinderen zelf zit de kracht vooral in de ontmoeting met de spelers. Door samen met eredivisiespelers op de baan te staan, zien jeugdleden van dichtbij wat trainen kan opleveren. ‘Als je veel traint, kun je misschien ooit net zo goed worden als die meneer of mevrouw die nu in de eredivisie speelt. Dat is natuurlijk ook nog bijvangst van deze leuke middag.’

‘Wanneer gaan we weer met die speler tennissen?’

Het mooiste bewijs kwam na afloop van de kinderen zelf. Zij vroegen meteen wanneer ze weer met de spelers mochten tennissen. ‘Toen zei ik: die mannen moeten nu verder trainen en wedstrijden spelen. Maar misschien doen we het volgend jaar wel weer.’

Voor ATC TEAN smaakt de combinatie van jeugdclinic en eredivisietennis naar meer. De aanpak vroeg geen ingewikkelde structuur, maar bracht wel zichtbaar resultaat: volle banen, veel ouders langs de kant, kinderen met rode wangen en een eredivisieteam dat dichter bij de jeugd kwam te staan. ‘Zo moeilijk is het dus eigenlijk helemaal niet,’ zegt Annemieke. ‘Met negentig kinderen op zes banen. Het was een happening van hier tot Tokio.’