KNLTB Vlag (1)

Permanente Ontwikkeling: ‘jezelf blijven ontwikkelen is heel vanzelfsprekend’

Het is inmiddels alweer zo’n twee jaar geleden dat een start werd gemaakt met PO, voluit Permanente Ontwikkeling. Een tennisleraar moet zich met cursussen en workshops blijven bijscholen om zijn of haar vak goed uit te oefenen. Elke leraar moet via bijscholing elke twee jaar 24 PO-punten verzamelen om de lerarenlicentie te mogen verlengen. “Heel goed”, vindt Monique Sporrel, tennisleraar bij het Nieuwegeinse TV Rijnhuyse. “Doorlopende educatie en ontwikkeling is nu eenmaal in elk beroep van belang.”

De tennisleraar vervult een essentiële rol op de tennisclub. Ontwikkeling van vaardigheden maakt de sport immers leuker, maar de tennisleraar kan veel meer betekenen. Het is een spil op de club, spreekt veel mensen, kan een belangrijke sociale, bindende, aanjagende factor zijn op de vereniging. Juist daarom wil de KNLTB overal goede, gelicenseerde trainers op de baan. Sporrel snapt dat en heeft daarom ook begrip voor het verplichte karakter van Permanente Ontwikkeling. “Maar uiteindelijk moet je het zelf willen. Het belang van blijvende ontwikkeling moet in iemand zitten, in welke functie ook. Wil je het écht, dan kom je verder.”

Sparren

Het aanbod van workshops wordt nog steeds uitgebreid en biedt tennisleraren dus steeds meer opties om zich te ontwikkelen op zelf gekozen terreinen. “En over het algemeen zijn de workshops heel interessant. Bovendien bieden die momenten gelegenheid om te sparren met collega’s, ervaringen uit te wisselen. Dat is ook heel erg leuk. Want het vak van tennisleraar is soms best eenzaam, je doet veel alleen. Dan is het heel fijn om met collega’s te praten.”

Juist omdat Sporrel veel met kinderen werkt, viel vooral de workshop Tenniskids Gamification erg in de smaak. “Dat vond ik een heel originele, interessante invalshoek. Je leert beter te kijken naar de gaming-wereld waar de jeugd van nu zich in begeeft, je bouwt je lessen daar omheen. Je ontwikkelt games waarmee je exact het doel bereikt wat je voor ogen hebt.”

Andere invalshoeken, nieuwe ideeën

“Je gaat je pas echt ontwikkelen als tennisleraar als je aan de slag gaat, als je uren gaat maken”, vervolgt Sporrel. “Maar kom je te veel in een vast patroon, dan is er ook het gevaar dat je een beetje vast roest. Ook dan zijn de workshops heel goed. Je bekijkt iets vanuit een heel andere invalshoek en je doet nieuwe ideeën op. Kijk ik naar mezelf, dan vind ik het persoonlijk ook heel vervelend om steeds hetzelfde te blijven doen. En een vast patroon is na verloop van tijd voor kinderen niet meer interessant. Ik weet niet of ‘beter’ het goede woord is, maar PO maakt je breder, het geeft je meer mogelijkheden. Jezelf blijven ontwikkelen, als mens en als trainer, ik vind dat eigenlijk heel vanzelfsprekend.”