KNLTB Vlag (1)

Tennisleraar Jos Waccary: ‘de wedstrijd staat centraal in tennis’

Tennisleraar Jos Waccary is vanuit SKS Sportkaderservices al jaren werkzaam bij TC Rijssen. Daar brengt hij de leden de fijne technische kneepjes van het tennis bij, maar waakt hij ervoor zich alleen maar op de techniek te richten. “Tennis is een spel, dat staat centraal. Ik wil nieuwe leden dan ook zo snel mogelijk vertrouwd maken met het spelen van wedstrijden en de competitie.” En ook bij TC Rijssen beseffen ze maar al te goed: competitiespelers blijven over het algemeen langer lid.

Het is een overtuiging die heel sterk leeft bij Waccary: tennis moet om het spel draaien, niet alleen om de lessen en de techniek. En dat begint al bij de jeugd.  “Het is ook een heel logische gedachte, want tennis is niet trainen, het is een spel. Dat houden we dan ook erg in de gaten bij de jeugd, dat ze dat meekrijgen, dat ze snel vertrouwd raken met het spelelement en wedstrijdjes spelen. En met Tenniskids kan dat nu ook goed. De aangepaste veldjes en materialen sluiten heel goed aan bij de mogelijkheden van de kinderen. Ze ervaren dan ook veel beter hoe leuk wedstrijdjes zijn. Ze snappen ook beter wat de volwassenen een paar banen verderop aan het doen zijn.”

En juist omdat bij tennis het spel, de wedstrijd, centraal staat, bind je jeugdleden door ze daar heel snel vertrouwd mee te maken. “Ze leren ook dat je respect moet hebben voor de speler aan de andere kant van het net, dat ze de tegenstander ook nodig hebben om überhaupt een wedstrijd te kunnen spelen. Het sociale aspect van tennis is dus ook van belang. Je leren gedragen, maar ook de ontwikkeling van voldoende zelfvertrouwen op de baan, het gebeurt juist in de wedstrijden.”

Wedstrijden centraal bij alle leden

De filosofie van Waccary is kortgezegd dat wedstrijden spelen centraal staat en dat je dat element zo snel mogelijk moet introduceren bij de leden. Dat geldt voor de jeugd, maar is bij de seniorenleden eigenlijk niet anders. “Bij nieuwe leden hanteren we een vaste cyclus, noem het een traject, dat vrij snel leidt naar het spelen van wedstrijdjes. Het is ook wat de meeste mensen die net beginnen, graag willen: potjes spelen. We gebruiken drie à vier lessen om de basistechniek van de forehand, de backhand, de volley en nog een aantal zaken te leren en vervolgens beginnen we al met spelvormen.”

Vanaf dat punt hoopt Waccary zo veel mogelijk leden de weg te wijzen richting de competitie. “Na de eerste spelvoren in de les beginnen we met wedstrijdjes spelen tegen mensen uit een andere lesgroep. We nodigen bijvoorbeeld een groep van de dinsdag uit op een training op donderdag. Het zijn toch even vreemde gezichten waar je tegen speelt, je geeft een hand na een wedstrijdje, het lijkt toch al erg op de competitie.”

Kleine stap naar competitie

En dan is er bij Rijssen ook twee keer per jaar het zogenoemde cursistentoernooi, waar beginners tot spelers van niveau 4 aan mee kunnen doen. “Dat lijkt nóg meer op de echte competitie en maakt de stap daar naartoe nog een stuk kleiner. Het creëert zelfvertrouwen, hopelijk tot een punt waarop leden de echte competitie aandurven. Want dat is voor veel leden nog best een stap.” Omdat veel erop gericht is drempels naar de competitie te verlagen, spreekt het ook bijna voor zich dat TC Rijssen tevens het vorig jaar geïntroduceerde 8&9 Tennis en de Zomeravondcompetitie aanbiedt en daar ook massale belangstelling voor is.

Betrokkenheid

Al op de avonden dat meerdere lesgroepen worden gecombineerd, wordt bij Rijssen ook nadruk gelegd op de gezelligheid en het plezier van tennis. “We benaderen het niet als een les, maar als een tennisavond, met alle gezelligheid van dien. De beleving is optimaal. ‘En zo leuk is bijvoorbeeld ook een speeldag in de Zomeravondcompetitie’, zeggen we er dan bij. Op die manier heeft de benadering ook op andere vlakken effect. Je creëert steeds meer enthousiasme, mensen raken steeds meer betrokken, willen op termijn wel een keer iets doen voor de vereniging, pakken wat vrijwilligerswerk aan, dat soort dingen. Mijn stelling is ook: betrokkenheid moet niet worden opgelegd, maar ontwikkeld.”