Subsidie Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties in 2020 op enkele punten gewijzigd

In 2019 werd hij voor het eerst gehanteerd en ook dit jaar kunnen tennisverenigingen er gebruik van maken: de subsidieregeling voor stimulering Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties. De regeling is een stimulans voor de bouw en/of het onderhoud van sportaccommodaties en de aanschaf en/of onderhoud van sportmaterialen. Voor zowel sportverenigingen als andere niet-winstbeogende sportorganisaties geldt dat er sinds 1 januari weer een totale subsidiepot van 87 miljoen euro beschikbaar is voor investering in sportaccommodaties. Ten opzichte van 2019 is de regeling wel op een aantal punten gewijzigd.

Wijzigingen

Net als vorig jaar betreft de subsidie 20 procent van de totale investering, waarbij een minimaal subsidiebedrag geldt van 5.000 euro. De totale investering moet dus minimaal 25.000 euro omvatten om voor de BOSA-regeling in aanmerking te komen. Verder geldt nog steeds dat voor duurzame investeringen en voor investeringen in toegankelijkheid van de accommodatie, extra subsidie beschikbaar is, maar waar dat in 2019 een extra percentage van 15 procent betrof, is dat dit jaar verlaagd naar 10 procent en gaat het dan dus in totaal om 30 procent subsidie. Ook bij investeringen van deze aard is het minimale subsidiebedrag van 5.000 euro leidend. De minimale totale investering is dan 16.667 euro.

Ook is de verantwoording voor aanvragers van de subsidie wat makkelijker gemaakt. Zo hoeft voor facturen tot en met 1.000 euro geen betaalbewijs meer te worden afgegeven. In 2019 was deze grens 500 euro. Let op, bijgesloten offertes moeten vanaf 2020 wel door zowel de leverancier als de sportorganisatie worden ondertekend.

Ten slotte is het maximaal aan te vragen voorschot door VWS aangepast. In 2019 kon, bij aanvragen boven de 25.000 euro, gedurende de bouw een volledig voorschot worden verstrekt. Voor 2020 is dat teruggebracht naar 80 procent. De resterende 20 procent komt achteraf beschikbaar op basis van afrekening.

Vragen van tennisverenigingen

Tijdens het laatste KNLTB Jaarcongres werd vanuit het ministerie van VWS een volledige kennissessie gewijd aan de BOSA-regeling. Terugblikkend constateerde VWS dat twee vragen veruit het meest werden gesteld tijdens de sessie:

-        Mogen instellingen gezamenlijk een aanvraag doen?

-        Komen de kosten voor de ingehuurde tennisleraar in aanmerking voor subsidie?

Op de eerste vraag is het antwoord formeel ‘nee’. Subsidie wordt niet verstrekt aan groepen, maar alleen aan één enkele instelling. Verenigingen kunnen de voordelen van een gezamenlijke aanvraag echter alsnog benutten door bijvoorbeeld een stichting op de richten en van daaruit de subsidie aan te vragen.

Op de tweede vraag is het antwoord ‘ja’. De kosten voor het inhuren van een trainer hebben betrekking op de sportactiviteit en zijn daarom subsidiabel. Voorwaarde is wel dat het hier kosten betreft waarover BTW moet worden betaald.

Het ministerie van VWS heeft in de loop der tijd veel vragen en antwoorden over deze subsidieregeling verzameld. Je vindt hier een overzicht.

VWS benadrukt: ook onderhoud en materialen subsidiabel

Op basis van ervaringen in 2019 wil VWS voor 2020 nog eens extra benadrukken dat de subsidieregeling ruimer geïnterpreteerd kan worden dan alleen investering in bijvoorbeeld velden en kleedkamers. Naast de bouw, verbouw en renovatie van sportaccommodaties, komen immers ook veel investeringen in onderhoud en materiaal in aanmerking, zoals schoonmaakkosten, de aanschaf van ballen, netten en kleding en zaken als diploma’s en medailles.

Als vereniging kun je meerdere activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, in één aanvraag bij elkaar optellen. Met een aanvraag op basis van bijvoorbeeld alleen materialen, is het lastig om tot een minimale investering van 25.000 euro te komen, maar een relatief grote investering in de accommodatie kan prima worden aangevuld met investeringen in onderhoud en sportmaterialen.

Ook meerdere aanvragen in één kalenderjaar zijn overigens toegestaan, tot een maximaal totaal van 2,5 miljoen euro. Op de website van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I), waar verenigingen de aanvraag feitelijk moeten doen, staat ook opgesomd welke investeringen wel en niet subsidiabel zijn en welke investeringen in aanmerking komen voor de 10 procent extra subsidie

Aanvraag vooraf of achteraf indienen

Subsidieaanvragen kunnen worden gedaan voor toekomstige investeringsplannen, maar mogen ook achteraf worden ingediend, tot 12 maanden na afronding en betaling van de bewuste activiteiten. De keuzes die je hierin maakt, zijn van invloed op het verloop van de aanvraagprocedure en de vaststelling van de subsidie. DUS-I heeft hier overzichtelijk op een rij gezet welke gevolgen bepaalde keuzes hierin hebben.

Bij het openstellen van de subsidie aan het begin van het jaar, wordt het beschikbare bedrag verdeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen. Is er niet meer voldoende geld beschikbaar om jouw aanvraag te honoreren, dan kun je het jaar erna gewoon weer in aanmerking komen. Let op, je moet de aanvraag dan wel opnieuw indienen.

Ook op de website van DUS-I vind je dus veel informatie over de subsidieregeling in het algemeen en de aanvraag en kun je de aanvraag indienen door een online formulier in te vullen. Heb je vragen? Neem dan vooral contact op met DUS-I.