Certificeringsprocedure tennisscholen in volle gang: ‘streven naar steeds meer samenwerking’

Certificeringsprocedure tennisscholen in volle gang: ‘streven naar steeds meer samenwerking’

De selectie van tennisscholen die komend jaar in het kader van de Nederlandse jeugdopleiding nauw samenwerken met de KNLTB, is in volle gang. Op 21 januari sloot de inschrijving voor de bovenbouw-tennisscholen (middelbare-school-leeftijd) en op 1 februari gold hetzelfde voor de aanmelding van tennisscholen gericht op de onderbouw  (basisschoolleeftijd). Nu is de KNLTB in samenwerking met onafhankelijk adviesbureau NMC Bright zorgvuldig aan het beoordelen welke scholen in het netwerk blijven en welke eventuele nieuwe scholen toetreden. Medio maart moet de selectie zijn afgerond.

Meer toptalenten laten doorstromen en begeleiden naar de absolute top. Dat was de uitdaging waar de KNLTB voor staat. Het vergde een betere structuur van de Nederlandse jeugdopleiding, maar ook een omslag in mentaliteit, zo oordeelde de bond in 2016. Er moest meer nadruk komen op een ware prestatiecultuur, waarin tennissers klaargestoomd worden voor de top. Nu, twee jaar later, staat de structuur stevig, maar blijft verbetering nog steeds de inzet. Daarom loopt er weer een nieuwe selectieronde waarin de huidige scholen uit het netwerk opnieuw langs de meetlat worden gelegd en ook scholen die zich nieuw hebben aangemeld, worden gewogen.

‘Kwaliteit en samenwerking leidend’

Die weging begint voor de onderbouw-tennisscholen met een selectietoets. Nu de inschrijving gesloten is, wordt door middel van de toets een eerste schifting gemaakt. De certificeringscommissie, bestaande uit een auditor van NMC Bright, Jacco Eltingh (Technisch Directeur KNLTB), Bas Coulier (Bondscoach KNLTB), Alex Reijnders (Technisch Manager KNLTB), Kelvin Nieberg (Prestatiemanager KNLTB) en Eric Wilborts (Bestuurslid Toptennis KNLTB), bepaalt op basis van de toets welke scholen het traject naar eventuele certificering mogen vervolgen. Het beoordelingstraject voor bovenbouw- tennisscholen is nog iets uitvoeriger en strenger. Hoe beide certificeringsprocedures precies werken, vind je in de gedetailleerde informatie over talentontwikkeling hier op Centrecourt.nl.

“Afgelopen maandag hebben we alle onderbouw-tennisscholen de revue laten passeren”, vertelt Technisch Directeur Jacco Eltingh. “Ik denk dat we voor zo’n 80 procent van die scholen weten wat ons oordeel wordt. Bij 20 procent hebben we nog enkele vragen, hebben we meer informatie nodig. En vanaf 19 februari gaan we serieus aan de slag met de bovenbouw-tennisscholen. Op 14 maart moet volledig duidelijk zijn welke tennisscholen in de onder- en bovenbouw komend seizoen gecertificeerd zijn. Daarbij is de kwaliteit van de training altijd leidend, maar kijken we bijvoorbeeld ook naar de mogelijkheid om in grote groepen te trainen, de voorzieningen en de kwaliteit van de accommodatie. En landelijk willen we natuurlijk ook een zo goed mogelijke dekking bewerkstelligen.”

Wijzigingen

In de eerste selectieronde twee jaar geleden had een aantal tennisscholen redenen om zelf van de certificeringsprocedure af te zien. Mede daarom zijn de regels waar de gecertificeerde scholen zich aan moeten houden, voor komend seizoen op enkele punten aangepast. Eltingh: “Zo zijn kinderen uit de nationale selectie niet meer verplicht om één of twee keer in de week op het Nationaal Trainings Centrum in Almere te trainen. Het is nog steeds wel mogelijk, bijvoorbeeld omdat ze bepaalde faciliteiten of omstandigheden missen die er in Almere wel zijn. De kinderen moeten wel twee keer per maand naar Almere komen.

En zo zijn er dus meer wijzigingen. Noemenswaardig is bijvoorbeeld ook dat onderbouw-tennisscholen net als eerder al de scholen in de bovenbouw, in aanmerking gaan komen voor een financiële bijdrage voor activiteiten op het gebied van ‘vinden en binden’. “Het is een stimulering om, in samenwerking met de KNLTB, meer getalenteerde kinderen in de regio te vinden en te binden, zodat steeds meer talenten in ons netwerk zitten. De afgelopen jaren is gebleken dat het voor tennisscholen lang niet altijd makkelijk is dat goed te doen.”

Verenigingen belangrijke schakel

De certificeringsprocedure mag dan draaien om de Nederlandse tennisscholen, ook de tennisverenigingen hebben een belangrijke rol in het gehele systeem van spotten en begeleiden van talenten. Met name de onderbouw-tennisscholen moeten op de clubs de talenten vinden, bijvoorbeeld met de KNLTB Talentendagen. Op die manier wordt de doorstroom gestimuleerd en wordt de aantrekkingskracht van de club op eventuele nieuwe, jonge leden groter. Tennisverenigingen worden zo onderdeel van het gehele netwerk. “We streven naar steeds meer bereidheid tot samenwerking tussen alle partijen”, stelt Eltingh. “En daarin zijn ook de verenigingen een belangrijke schakel. Daarom investeren we bijvoorbeeld ook veel in de kwaliteit van alle Nederlandse tennisleraren.  We willen dat jonge tennissers op elk niveau goed worden begeleid en dat in elke fase van de ontwikkeling goed beoordeeld kan worden hoe ver een talent kan komen.”

Die wil om samen te werken moet door de gehele jeugdopleiding heen steeds meer gestalte krijgen, benadrukt Eltingh uitvoerig. “Steeds minder onderlinge concurrentie en steeds meer samenwerking tussen tennisscholen, daar streven we naar. Samenwerking en kennisdeling zodat we steeds beter begrijpen wat die veelgenoemde topsportcultuur nu precies moet zijn. Als we allemaal hetzelfde referentiekader hebben, streven we ook allemaal hetzelfde na: het opleiden van topsporters. We moeten het echt samen doen. Daarom gaan ook steeds meer mensen van de KNLTB het land in. Coaches, maar ook conditietrainers, voedingsdeskundigen en andere specialisten moeten hun kennis gaan delen. Natuurlijk zijn we altijd afhankelijk van keuzes die spelers of hun ouders maken, maar we moeten het samen doen. Een topspeler word je niet alleen. Daar heb je absoluut hulp bij nodig.”