Meestgestelde vragen

Meestgestelde vragen over juridische en financiële zaken.

Meest gestelde vragen over juridische zaken

Is een vereniging door het lidmaatschap van de KNLTB verzekerd?

De KNLTB heeft voor alle verenigingen een collectieve ongevallenverzekering afgesloten. Deze verzekering is automatisch gekoppeld aan het lidmaatschap. 

Er is eveneens een collectieve aansprakelijkheidsverzekering, maar daarvoor dient een vereniging zich wel bij de KNLTB aan te melden.

Wij hebben leden die hun contributieverplichtingen niet nakomen. Kunnen wij deze personen op een zwarte lijst van de KNLTB laten plaatsen?

Nee, in verband met de strikte regels rondom privacy hanteert de KNLTB geen zwarte lijst meer.

Moet een vereniging een bedrijfshulpverlener hebben?

Volgens de Arbeidsomstandighedenwet dient een vereniging inderdaad een bhv-er te hebben. Wij adviseren met name op tijden dat de kantine druk is bezocht een persoon aan te wijzen die optreedt als bhv-er bij calamiteiten. Deze persoon moet kennis hebben van EHBO en kunnen omgaan met de brandblussers.

Moet een statutenwijziging van de vereniging worden voorgelegd aan de KNLTB?

Ja, een statutenwijziging kan pas geschieden als het bestuur van de KNLTB, daartoe verzocht door de vereniging, schriftelijk te kennen heeft gegeven geen bezwaar te hebben tegen de voorgestelde statutenwijziging. De vereniging doet er verstandig aan dit eerst te vragen, alvorens zij de statuten in de eigen algemene ledenvergadering laat behandelen.

Mag een vereniging een tweede algemene ledenvergadering houden op dezelfde avond, als bij de eerste vergadering die avond het quorum niet is gehaald?

Nee, hoewel dit verbod niet expliciet in de wet staat, wordt algemeen aangenomen dat de niet-aanwezige leden in de gelegenheid moeten worden gesteld om de algemene ledenvergadering op een andere dag te bezoeken. Er dient dus een nieuwe vergadering te worden uitgeschreven.

Hoe lang moet een vereniging de administratiegegevens bewaren?

Een vereniging dient zijn balans en staten van baten en lasten zeven jaar te bewaren.

Moeten wij een legionella risicoanalyse laten uitvoeren?

Volgens de huidge wetgeving behoren sportaccommodaties tot de laag-risicocategorie. Er is niet langer vereist dat de vereniging een risicoanalye laat uitvoeren. Wel houden verenigingen indien zij eigenaar zijn van de accommodatie de verplichting om ervoor te zorgen dat het leidingwater deugdelijk is. Vanuit die zorgplicht is het toch aan te bevelen om de leidingen periodiek te laten controleren en de noodzakelijke beheermaatregelen te nemen (waaronder het doorspoelen).

Omwonenden klagen over onze verlichting, wat moeten wij doen?

Er zijn normen opgesteld door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingkunde aan de hand waarvan kan worden bepaald of er sprake is van lichthinder. De verlichtingsleverancier kan berekenen of de verlichting van jouw vereniging binnen de norm blijft. Het is raadzaam om contact op te nemen met de gemeente omdat zij uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het al dan niet nemen van maatregelen tegen de vereniging.

Meest gestelde vragen over financiële zaken

Wat is de contributiesystematiek van de KNLTB?

Begin februari ontvang je de voorlopige contributiefactuur. Alle leden van de vereniging worden op 31 januari gefactureerd.

Begin oktober ontvangen alle verenigingen de definitieve contributiefactuur. Hierin worden de verenigingen aanvullend aangeslagen voor alle leden die zich hebben aangemeld tussen 31 januari en 30 september van dat jaar.

Waarom worden de contributietarieven jaarlijks meer geïndexeerd dan het CPI?

De KNLTB hanteert een eigen opslagpercentage. Voor de KNLTB geldt dat de kosten voor 45 procent bestaan uit loonkosten en 55 procent uit overige kosten. Zodoende hanteren wij een gewogen gemiddelde van deze kosten.

Is de bijdrage Buma, Sena, Videma verplicht?

Als je muziek afspeelt in het clubhuis zijn Buma en Sena verplicht. Als je tv gebruikt, ben je ook verplicht om Videma gelden af te dragen.

Ontvang korting op Buma en Sena en maak gebruik van de de collectieve regeling van KNLTB. Met Videma heeft de KNLTB geen collectieve regeling afgesloten.

Is mijn vereniging reeds aangemeld voor Buma, Sena en Videma?

We helpen je graag persoonlijk. Neem contact op met de afdeling Financiële Zaken van de KNLTB: administratie@knltb.nl. Ook om je als vereniging aan te melden voor deze regeling neem je contact op via administratie@knltb.nl.

Welke verschillende tarieven zijn er?

Een overzicht van de verschillende tarieven vind je op deze pagina.

Hoe zorg ik ervoor dat de financiële belasting voor mijn leden niet hoog wordt?

Niemand vind het het prettig om een flinke rekening op de deurmat aan te treffen. Zeker wanneer een volledig gezin lid is van een vereniging, kunnen de kosten hoog oplopen. Dit kan afschrikwekkend werken en er zelfs toe leiden dat leden opzeggen.

Het kan daarom zinvol zijn om als vereniging na te denken over het aanbieden van contributie en andere betalingen in termijnen. Op die manier kunnen leden de lasten verdelen over het hele jaar en is de kans kleiner dat ze afhaken.

Kan de KNLTB ook de facturen digitaal naar onze vereniging sturen?

Ja, facturen worden vanaf mei 2018 digitaal verstuurd.

Is het voor een vereniging nog voordelig om een stichting op te richten?

Het kwam tot op heden regelmatig voor: tennisverenigingen die zelf een stichting oprichtten. Bij de bouw van een nieuwe accommodatie of de aanleg van nieuwe banen biedt dat immers een financieel voordeel. De stichting bouwt de nieuwe accommodatie en de vereniging huurt het complex vervolgens van de stichting. Het BTW-percentage op de bouw van 21 procent wordt verrekend en de stichting stelt de accommodatie ‘ter beschikking’, waarover de vereniging slechts het lage BTW-percentage van 6 procent verschuldigd is. Een beproefde constructie, maar wel een die de Belastingdienst steeds minder accepteert.

Zoals in de inleiding al opgemerkt, geldt bij ‘hetter beschikking stellen’ van een sportaccommodatie, het lage BTW-tarief van 6 procent en kan de BTW op de aankoop of bouw worden verrekend. Dit is het geval wanneer:

  1. De stichting zorgt voor het onderhoud, schoonmaken en beveiliging van de accommodatie.
  2. De vereniging de accommodatie alleen gebruikt voor sportbeoefening.
  3. De stichting ook extra diensten aanbiedt (bijvoorbeeld lessen of instructies).
  4. De lessen en instructies die geen relatie hebben met de sportaccommodatie onder het BTW tarief van 21% vallen.

Waar is de belastingdienst alert op?

In het verleden hebben veel tennisverenigingen de ‘stichtingsconstructie’ gebruikt en zichzelf zo een BTW-voordeel van 15 procent verschaft. Steeds vaker echter beschouwt de Belastingdienst de vereniging en de opgerichte stichting als één geheel, wat de genoemde constructie onmogelijk maakt. Als het aan de Belastingdienst ligt, heeft een stichting een onafhankelijk bestuur en bestaansrecht op basis van een eigen doel en niet louter vanwege een BTW-voordeel.  Om dat onderscheid te maken, is er een aantal zaken waar de Belastingdienst steeds scherper op let. Zo wordt de argwaan van de Belastingdienst gewekt wanneer:

  • De bestuurders van de stichting door de vereniging worden benoemd.
  • De stichting gevestigd is op het adres van de vereniging.
  • De stichting financieel afhankelijk is van de vereniging.
  • De administratie van de stichting wordt gevoerd door de vereniging.
  • De taken van de stichting worden uitgevoerd door de vereniging.
  • De sportaccommodatie wordt gerenoveerd.

Oordeel rechter

In het verleden is de stichtingsconstructie voor de Belastingdienst ook een reden geweest om de rechter een oordeel te laten vellen. In de gevallen waarbij de vereniging aan het kortste eind trok, kwam dat vooral door de volgende feiten:

  • De vereniging huurde in eerste instantie het sportcomplex (rechtstreeks) van de gemeente (tegen een symbolische huurprijs van € 50 per jaar).
  • In het clubblad stond dat de stichting is opgericht om de BTW terug te krijgen.
  • Er was een aanzienlijke organisatorische en persoonlijke verbondenheid tussen de stichting en de vereniging.
  • De feitelijke gang van zaken in en om het complex was voor en na oprichting van de stichting hetzelfde.
  • Het onderhoud van de accommodatie werd door leden van de vereniging verzorgd.

Voorbeeld uit praktijk

Een voorbeeld. In dit geval werd de club in het gelijk gesteld, maar wordt wel duidelijk hoe scherp de Belastingdienst soms is op dit soort gevallen. De verenging werd uiteindelijk in het gelijk gesteld, maar de situatie geeft aan dat de Belastingdienst niet zomaar akkoord gaat met de constructie.

Een stichting kocht een kunstgrasveld en was daarmee voor de Belastingdienst een BTW-ondernemer. En de BTW op de aankoop mag een ondernemer verrekenen. De voetbalvereniging die de velden gebruikte, was eigenaar van de opstallen, maar niet van de voetbalvelden. Ze werden tegen een laag BTW-tarief van 6 procent door de voetbalvereniging gehuurd. De Belastingdienst vond dat er met deze constructie sprake was van misbruik van de regels en claimde dat de stichting geen BTW-ondernemer was. Volgens de Belastingdienst waren stichting en voetbalvereniging één. De rechter oordeelde uiteindelijk anders en wel op basis van de volgende argumenten:

  • De stichting was zelfstandig.
  • De bestuurders van de stichting waren (op één bestuurslid na) niet dezelfde als bij de voetbalvereniging;
  • De stichting had een afgescheiden vermogen;
  • De stichting had zelf een subsidie aangevraagd.

Toekomst

Het kabinet wil per 1 januari 2019 de BTW vrijstelling verruimen waardoor het ‘gelegenheid geven tot sportbeoefening’ voor stichtingen niet langer te kwalificeren is als een BTW belaste prestatie. Waar nu nog het lage BTW tarief van 6% in rekening wordt gebracht aan gebruikers (bijvoorbeeld de tennisvereniging)  van de accommodatie zal deze vergoeding vrijgesteld worden van BTW. De stichting kan de BTW over de kosten en investeringen (21%) niet langer in aftrek nemen.

Het kabinet is wel van plan om dit financiële nadeel te compenseren. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe de compensatie er precies uit ziet. Ook over de overgangsregeling voor stichtingen die recentelijk hebben geïnvesteerd in de accommodatie is nog niets bekend. In de loop van dit jaar wordt meer duidelijkheid verwacht hierover. Met deze ontwikkelingen is het voordeel voor verenigingen om een stichting op te richten verdwenen. Gezien de subsidieregeling die in de maak is, lijkt het verstandiger om de investeringen in de accommodatie voortaan door de vereniging te laten doen.

Helaas is het alleen mogelijk om vanuit Nederland een reactie te plaatsen.