Het Sportakkoord: de volgende stappen

Het moet voor iedereen in Nederland mogelijk zijn om te genieten van sport én de voordelen te ervaren. Dat is de hoofddoelstelling van het Sportakkoord. Door samen met NOC*NSF, bonden, de landelijke en lokale overheden en een groot aantal andere organisaties de handen ineen te slaan, moet een samenwerking ontstaan waarin alle partijen hun steentje bijdragen aan het doel. Nu, een jaar na ondertekening van het Nationaal Sportakkoord, zijn al 174 gemeenten in actie gekomen om tot lokale sportakkoorden te komen.

Het vormgeven van lokale sportakkoorden is een belangrijke stap in het gehele proces van het Nationaal Sportakkoord. Want op lokaal niveau moet het gebeuren, daar moeten betere samenwerking, onderlinge afspraken en een doelgerichte werkwijze uiteindelijk leiden tot aantrekkelijk sportaanbod voor zoveel mogelijk mensen. Niet voor niks is één van de zes deelakkoorden van het Nationaal Sportakkoord gericht op vitale sport- en beweegaanbieders, waaronder natuurlijk sportclubs. Gezonde, goed georganiseerde sportaanbieders kunnen immers een belangrijke rol vervullen in het faciliteren van sport voor zoveel mogelijk mensen.

Voortgang

Dat al 174 gemeenten werken aan een lokaal sportakkoord, bleek uit de eerste Monitorrapportage van het Mulier Instituut, dat door middel van onderzoek goed de vinger aan de pols houdt waar het gaat om de voortgang en praktische uitvoering van het Sportakkoord. De doelstellingen in het landelijke Sportakkoord bieden met opzet ruimte om op lokaal niveau tot een ‘eigen’, eventueel sport-specifieke invulling te komen.

Vanuit het ministerie van VWS heeft het sportakkoord duidelijk een grote maatschappelijke waarde. Het de basis om zo veel mogelijk mensen te laten sporten en bewegen, met alle maatschappelijke voordelen van dien. Dat biedt sportaanbieders en dus tennisverenigingen ook kansen. Zo is iets als Tenniskids@School een uitstekend middel om meer kinderen aan het bewegen te krijgen, maar is het voor tennisclubs natuurlijk ook een uitgelezen manier om leden te werven. En die combinatie, maatschappelijk waardevol en goed voor tennisverenigingen, komt ook tot uiting in de mogelijkheden vanuit de KNLTB om rolstoeltennis aan te bieden. Dat nauw contact en samenwerking met de gemeente bovendien alle partijen iets kan opleveren, blijkt ook uit het succesverhaal van LTC Hofgeest, dat vorig jaar de helpende hand bood om de toekomst van een tennisgroep voor 50-plussers veilig te stellen.

Volgende stappen

Nu het Nationaal Sportakkoord op lokaal niveau invulling moet krijgen, is in veel gemeenten een eerste belangrijke stap het aanstellen van een sportformateur. De gemeente kan, namens alle betrokken lokale partijen, een sportformateur aanvragen. Deze persoon zal het proces begeleiden van het voornemen om samen te werken, naar het feitelijk sluiten van een lokaal Sportakkoord.

Ben jij benieuwd hoe het traject daarna verder verloopt en welke rol je moet jouw vereniging kan hebben? Of wil je gewoon meer lezen over het Nationaal Sportakkoord? Kijk dan op https://www.allesoversport.nl/sportakkoord . En informeer vooral bij jouw gemeente wat de status van het Sportakkoord is.