Gravel noodzakelijk voor de tennissport

Afgelopen week plaatsten we op dit platform een artikel over de zes grootste misverstanden over gravel en kunstgrasachtige tennisbanen. Het aantal reacties op het stuk geeft aan dat het onderwerp leeft en dat verplicht ons als KNLTB om hierop te reageren.

Van oudsher wordt in Nederland en de ons omringende landen tennis voornamelijk op gravelbanen gespeeld. In de afgelopen decennia heeft er – uitsluitend in Nederland – een verschuiving plaatsgevonden van gravel naar kunstgrasachtige systemen. Deze ontwikkeling staat haaks op de internationale situatie en is een bedreiging voor de tennissport in Nederland en dus ook voor de verenigingen. Verderop in dit artikel meer hierover.

De KNLTB vindt dat gravel weer serieus in overweging moet worden genomen bij de aanleg van nieuwe banen. Temeer omdat er veel misverstanden bestaan over kosten, speelduur, onderhoud en speeleigenschappen. Er lijkt een relatie te bestaan tussen de genoemde misverstanden en het feit dat de grootste kunstgrasvezelleverancier ter wereld Nederlands is en een grote invloed heeft op de beeldvorming over typen sportvelden in het algemeen en tennisbanen in het bijzonder. Deze misverstanden moeten worden weggenomen door het evenwicht in de informatiestroom over baansoorten te herstellen en te objectiveren. Want de KNLTB is van mening dat om die reden Nederland deze uitzonderingspositie in de wereld heeft gekregen. Er is daarbij geen enkele intentie of motivatie bepaalde leveranciers of producenten voor te trekken of anderen uit te sluiten. Het standpunt van de KNLTB is gebaseerd op onderzoeken, (nieuwe) inzichten en ontwikkelingen en niet in de laatste plaats de internationale situatie.

Uitgangspunt

Voor het bepalen van de meest ideale ondergrond neemt de KNLTB de tennissport zelf als belangrijkste uitgangspunt. Het is een gegeven dat 99% van de internationale wedstrijden op gravel (vooral buiten) of op slow hardcourt (vooral binnen) wordt gespeeld. De internationale tenniswereld stelt dat dit de beste baansoorten zijn om op te leren tennissen, om goede tennissers op te leiden en om alle facetten van het tennis het beste tot zijn recht te laten komen.

Vanuit deze internationale standaard is het van belang gravel ook in Nederland weer te positioneren als belangrijke ondergrond. Iedere sport richt zijn landschap (soort ondergrond, regelgeving etc.) in vanuit de wedstrijdsport. Door het vervangen van gravelbanen door kunstgrasachtige baansoorten komt de wedstrijdsport onder druk te staan. Dat kan op termijn ook invloed hebben op de breedtesport en daarmee op het bestaansrecht van verenigingen.

Zouden we morgen (bij wijze van spreken) met elkaar ((inter)nationaal) besluiten dat alle toonaangevende toernooien op kunstgras of zandkunstgras rood (bijvoorbeeld smashcourt) worden gespeeld dan zal de KNLTB daarop in moeten spelen.

De KNLTB is zich ook bewust van de emotionele component die aan dit onderwerp kleeft. Als verenigingen voor een andere baansoort dan gravel willen kiezen dan is dat hun goed recht. De KNLTB wil ook deze verenigingen uiteraard zo goed mogelijk ondersteunen en begeleiden, daar mag geen enkel misverstand over bestaan. Op andere baansoorten dan gravel kan prima getennist worden, alleen liggen hierbij enkele gevaren op de loer die de KNLTB ter discussie wil stellen in het belang van de toekomst van tennis in het algemeen.

Nieuwe inzichten en onderzoeken

Dat de KNLTB gravel herpositioneert als belangrijke baansoort heeft dus voor een belangrijk deel te maken met de internationale standaard en visie (spelen van wedstrijden, opleiden en leren tennissen) maar ook met (nieuwe) inzichten, ontwikkelingen en onderzoeken.

Als het gaat om bijvoorbeeld voorkeuren van spelers en baanopbrengst dan is er een aantal onderzoeken gedaan waarbij gravel als beste naar voren komt, zoals: ‘Leden kiezen voor gravel’ en ‘Gravel ook financieel kampioen’.

Blessures en baansoorten

Waar het specifiek gaat over blessures en gravel zijn er aanwijzingen dat gravel als minst blessuregevoelige ondergrond uit de bus komt. De KNLTB doet op dit moment in samenwerking met de VUmc onderzoek naar de relatie tussen blessures en baansoorten om dit verder te onderzoeken. Zodra de resultaten bekend zijn, worden verenigingen hierover geïnformeerd.

Rolstoeltennis en baansoorten

Een vaak onderbelicht onderwerp is de geschiktheid van rolstoeltennis op de diverse baansoorten. Rolstoelgebruikers geven aan dat hardcourt en gravel hun voorkeur hebben en kunstgrasachtige systemen het minst geliefd zijn. Het rolstoelgebruik heeft overigens geen of nauwelijks invloed op de kwaliteit van de verschillende baansoorten.

Kosten, onderhoud en speelweken

Niet in de laatste plaats wil de KNLTB graag objectieve informatie met clubs delen over aanleg, onderhoud en beheer van tennisbanen. Dit is een continu proces op basis van nieuwe inzichten, kennis en ervaring. Dit staat feitelijk los van de voorkeuren en tennis-technische aspecten. Ook hier zijn misverstanden ontstaan die hebben geleid tot een negatieve perceptie over kosten, onderhoud en mogelijke speelweken van gravelbanen. Deze misverstanden zijn voor een groot gedeelte terug te voeren op de marketing explosie van kunstgrasachtige systemen en de verwachtingen die daarbij zijn gecreëerd. Zonder dit te veroordelen maar wel een illustrerend voorbeeld is de gemiddelde levensduur van gravel t.o.v. een kunstgrasachtig systeem, namelijk 25 - 30 jaar t.o.v. 12 - 14 jaar. Naast de veel lagere aanleg- en vervangingskosten van gravel is de commerciële markt dus ook meer gebaat bij de aanleg van een kunstgrasachtig systeem vanwege de veel frequentere vervanging. Een ander voorbeeld is het scheppen van een beeld van weinig onderhoud van kunstgrasachtige systemen. Dit is uiteraard een prettige gedachte maar is onterecht en leidt bij veel verenigingen tot achterstallig onderhoud met als gevolg kwaliteitsverlies en onvoorziene kosten.

Tot slot nog een opmerking over het aantal speelweken. Traditioneel wordt het gravelseizoen gezien als een periode die loopt van 1 april tot 1 oktober. Er zijn nog steeds parken die zich hieraan houden en soms is het met de eigenaar van het park (gemeente etc.) zelfs contractueel zo vastgelegd. Technisch is er geen enkele reden om deze periode als vaststaand aan te nemen. Zelfs het hele jaar doorspelen op gravel is mogelijk (afhankelijk van de bereidheid van de vereniging). Een gemiddelde bespeelbaarheid van 40 weken per jaar is zeer realistisch. Uiteindelijk is het verschil in mogelijke speelweken met kunstgrasachtige systemen (die ook niet alle weken van het jaar bespeelbaar zijn) gemiddeld maar zo’n vijf weken.

Onderstaand hebben we wat gegevens over kosten van gravel en kunstgrasachtige systemen op een rijtje gezet. Dit is niet uitputtend en zoals ook al gezegd in de misverstanden is elke verenigingssituatie anders en daarom dienen de daadwerkelijke kosten op verenigingsniveau verder te worden uitgewerkt. Deze gegevens hebben alleen maar de intentie om te laten zien dat gravel in veel gevallen goedkoper uitkomt dan kunstgrasachtige systemen, met name op de langere termijn. Voor meer informatie en advies kan contact worden opgenomen met de KNLTB Verenigingsadviseur. 

Aanleg en renovatiekosten

Baansoort

Levensduur

Aanlegkosten (baanblok van twee banen, exclusief btw)

Kosten per jaar op basis van levensduur

Gravel

25-30

52.000

2.080

Kunstgras

12-14

63.000

5.250

Zandkunstgras Rood (Smashcourt et cetera)

12-14

75.000

6.250


Renovatiekosten
Indien de onderbouw aan de gewenste kwaliteitseisen voldoet en er dus sprake is van een toplaagrenovatie dan ontstaat het volgende overzicht als vervangingswaarde. 

Baansoort

Levensduur

Renovatiekosten (baanblok van twee banen, exclusief btw)

Kosten per jaar op basis van levensduur

Gravel

25-30

11.600 (inclusief 20% lava verlies)

464

Kunstgras

12-14

22.500

1.875

Zandkunstgras Rood

12-14

32.000

2.666


Onderhoudskosten en afschrijvingstermijnen
De onderhoudskosten worden bepaald aan de hand van de mogelijkheden die de vereniging heeft. De praktijk wijst uit dat hier een veelheid aan scenario’s denkbaar is. Daarom wordt in onderstaand overzicht alleen de situatie bij maximale zelfwerkzaamheid weergegeven. Bij uitbesteding van werk bestaan er teveel verschillende scenario’s en zijn de kosten per regio bovendien sterk verschillend. Zoals al eerder gezegd dienen op verenigingsniveau de daadwerkelijke kosten te worden berekend aan de hand van de mogelijkheden.

Baansoort

Economisch

Technisch

Zelfwerkzaamheid

Gravel

15

25 - 30

1.375

(geen afhankelijkheid aannemer)

Zandkunstgras

10

12 - 14

1.500

(afhankelijkheid aannemer specialistisch onderhoud)

Zandkunstgras Rood

10

12 - 14

1.700

(afhankelijkheid aannemer specialistisch onderhoud)

Helaas is het alleen mogelijk om vanuit Nederland een reactie te plaatsen.