Ik kan de bal controleren 4

Met deze oefening ontwikkelen de spelers oog-handcoördinatie, tweezijdige coördinatie en 'breed' kijken.

Organisatie

De spelers werken in tweetallen en moeten twee ballen tegelijk gooien en vangen. De ene speler gooit de ballen, de andere speler laat de ballen stuiten en vangt ze tegelijk op (in iedere hand een bal vangen).

Trainerstips:
- Spelers hebben een actieve uitgangshouding; ze staan breed en met gebogen knieën waardoor het lichaamszwaartepunt laag is.
- Zorg ervoor dat de armen gecoördineerd samenwerken om te ballen tegelijk los te kunnen laten.
- De vangende speler moet laag zijn en de ballen vangen door de handen onder de balbaan te plaatsen.
- De ballen moeten niet te ver uit elkaar gegooid worden.